Crevits: “Kloof in het onderwijs dichten? Taal vormt sleutel”

Op 6 december 2016 bracht De Morgen verslag uit over het langverwachte PISA-onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het is een onderzoek over het kennisniveau waaraan 15-jarigen uit 72 verschillende landen deelnamen. Nagenoeg alle kranten namen het over en minister van Onderwijs Crevits verklaarde in Terzake dat de kloof tussen sterk presterende en zwakkere leerlingen alsmaar groter wordt. “Een onrustwekkende trend waarvoor de sleutel in taal ligt.” Maar kloppen deze uitspraken wel?
Door Arnaud De Decker
Eerst zijn we op zoek gegaan naar het persbericht van Hilde Crevits. Dat is makkelijk terug te vinden op de site van onderwijs Vlaanderen. De cijfers die gebruikt worden kloppen met het PISA-onderzoek, eveneens makkelijk terug te vinden op het internet.
Toch is er een uitspraak in het artikel die niet meteen wordt ondersteund in het PISA- onderzoek. “De eerste generatie migranten scoort op het gemiddelde OESO-niveau, dus daar zitten we op Europese koers, maar de tweede generatie – dus kinderen die hier al geboren zijn, maar wiens ouders uit het buitenland kwamen – die boekt geen vooruitgang ten opzichte van de eerste. Ze blijken niets bijgeleerd te hebben en dat baart me zorgen.” Dat vertelde de minister in Terzake en rapporteerde De Morgen. Cijfers die deze uitspraak zouden bekrachtigen konden we nergens terugvinden.
We hebben daarom PISA-onderzoekster Sigrid Van Camp (UGent) gecontacteerd met de vraag of zij dit kon verklaren. Haar antwoord: Het klopt dat in Vlaanderen leerlingen van de eerste en de tweede generatie op hetzelfde niveau presteren voor wetenschappen in 2015. De grootste verklaring hiervoor is echter dat het profiel van leerlingen uit de eerste en de tweede generatie in Vlaanderen sterk verschilt. De grootste subgroep binnen de Vlaamse eerste generatie leerlingen bestaat uit Nederlandse leerlingen die in Vlaanderen onderwijs volgen: zo’n 26% van de Vlaamse eerste generatie PISA-leerlingen geeft aan dat zowel zijzelf als (één van) hun beide ouders in Nederland geboren zijn. Doordat het PISA-onderzoek ‘leerlingen met een buitenlandse herkomst’ uitsluitend definieert op basis van geboorteland komen Nederlandse leerlingen automatisch in deze categorie terecht. Vermits zij echter dezelfde thuistaal hebben als de instructietaal in het Vlaamse onderwijs zullen zij de prestaties van de Vlaamse eerste generatie leerlingen gunstig beïnvloeden. Bij de tweede generatie gaat het om heel andere groepen, die Nederlands niet als thuistaal hebben. Crevits vergeleek dus eigenlijk appels met peren.
Conclusie: De cijfers van het PISA-onderzoek zijn juist gebracht en de uitspraak van de minister correct overgenomen, maar de check ervan laat meteen ook zien dat het belangrijk is om over de juiste achtergrondinformatie te beschikken. Zo’n uitspraken kunnen ook vervelende gevolgen hebben en indirect een negatieve framing in de hand werken als het over migratie gaat. Het blijft oppassen geblazen dus, ook voor ministers. Zelfs als de cijfers uiteindelijk kloppen is de formulering van de uitspraken van cruciaal belang.

Artikel: http://www.demorgen.be/binnenland/crevits-de-kloof-in-ons-onderwijs-dichten-taal-vormt-de-sleutel-b39353bc/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *