1 op 4 Belgische kinderen loopt risico op armoede of sociale uitsluiting

Het Laatste Nieuws pakte op 16 november 2016 uit met cijfers over het risico op armoede of sociale uitsluiting van kinderen, cijfers uit 2015 van Eurostat, de Europese statistische dienst. De onderzoekers van Eurostat hanteren 3 criteria om te bepalen of kinderen risico lopen op armoede of sociale uitsluiting, maar welke dat zijn blijkt maar moeilijk te begrijpen voor de lezer.

Door Daphné Frigeni

Ik ging te rade bij onderzoekers van Eurostat, keek de onderzoeksresultaten na en vergeleek ze met het krantenartikel.

De cijfers in het artikel komen overeen met de cijfers die Eurostat me ter beschikking stelde. Het belangrijkste cijfer: 23,3 procent of afgerond 1 op de 4 kinderen in België jonger dan 18 jaar loopt risico op armoede of sociale uitsluiting.
In het artikel staan dus geen fouten in verband met de cijfergegevens. Er wordt verder niemand aan het woord gelaten waardoor er dus geen quotes zijn.

Om te bepalen of kinderen risico lopen op armoede of sociale uitsluiting, hanteert Eurostat drie criteria, zo stelt het artikel, namelijk: ‘risico op armoede na sociale transfers, ernstig materieel gemis of leven in een gezin met veel werkloosheid.’ Ik vraag me af of dit voor de lezer helder als pompwater is. Wat moeten we ons bijvoorbeeld voorstellen bij ‘risico op armoede na sociale transfers’ of bij ‘ernstig materieel gemis’? Vanaf wanneer kent een gezin ‘veel werkloosheid’?

In de teksten van Eurostat vind ik als uitleg bij ‘risico op armoede na sociale transfers’ dat het gaat om gezinnen ‘with an equivalised disposable income below the risk-of-poverty threshold, which is set at 60% of the national median equivalised disposable income.’ Toegegeven, dat is een mondvol, maar mag van een journalist van een populaire krant niet verwacht worden dat hij of zij dit omzet in leesbare mensentaal?

Ik geef ook nog even de uitleg weer bij ‘severely materially deprived children’. Het gaat om kinderen die leven in gezinnen die minstens 4 van de volgende 9 items niet kunnen realiseren :
to pay rent/mortgage or utility bills on time;
to keep home adequately warm; to face unexpected expenses;
to eat meat, fish or a protein equivalent every second day;
a one week holiday away from home;
a car; a washing machine;
a colour TV; a telephone (including mobile phone).

Zou het echt zo moeilijk zijn om dit te verduidelijken voor de lezers? Het artikel stelt ook: ‘In de helft van de landen is het risico op armoede en sociale uitsluiting onder 18 gestegen tussen 2010 en 2015. Dat was vooral het geval in Griekenland (+9,1 procentpunt), Cyprus (+7,1 procentpunt) en Italië (+4 procentpunt). De omgekeerde beweging maakten Letland (-10,9 procentpunt), Bulgarije (-6,1 procentpunt) en Polen (-4,2 procentpunt). Op Europees niveau was er een afname van -0,6 procentpunt.’ Waarom geen cijfers geven over het eigen land hier? Het was handig en goed geweest om hier aan te geven dat dit voor ons land tussen 2000 en 2015 ongewijzigd is gebleven.
Conclusie: het artikel in Het Laatste Nieuws geeft de gegevens uit het onderzoek van Eurostat correct weer, zij het dat de journalist een keuze moet maken om het stuk een focus te geven. De keuze van de journalist om in te zoomen op de cijfers is belangrijk omdat de cijfergegevens de meest opvallende bevindingen inhouden in dit stuk. Daardoor zijn er ook geen quotes in het artikel te lezen. De journalist had bij het schrijven van dit artikel wel beter iets meer aan de lezer gedacht. Het was misschien goed geweest om moeilijke woordenschat uit te leggen en cijfergegevens van ons eigen land te vermelden waar nodig of interessant. Maar er zijn dus geen fouten in dit stuk.

Artikel:  http://www.hln.be/hln/nl/957/Binnenland/article/detail/2985032/2016/11/16/1-op-4-Belgische-kinderen-loopt-risico-op-armoede-of-sociale-uitsluiting.dhtml

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *